Kilometervergoeding 2026: stijgt naar € 0,25. Wat betekent dit voor jouw organisatie?

Financiële administratie
Leestijd -39 minuten
Kilometervergoeding 2026: stijgt naar € 0,25. Wat betekent dit voor jouw organisatie?

Prinsjesdag zit erop. Het kabinet heeft het Belastingplan 2027 gepresenteerd, met verschillende wijzigingen die gevolgen kunnen hebben voor ondernemers, werkgevers, start-ups, scale-ups en mkb-bedrijven.

Sommige plannen bieden kansen, bijvoorbeeld voor bedrijven die investeren in innovatie of verduurzaming. Andere wijzigingen zorgen juist voor hogere kosten of minder belastingvoordeel. Daarom is het verstandig om nu al te kijken wat de plannen betekenen voor jouw investeringen, personeel, vastgoed, belastingen en financiële planning.

Let op: het gaat om wetsvoorstellen. De Tweede Kamer en Eerste Kamer moeten nog instemmen. De meeste maatregelen zijn bedoeld om in te gaan vanaf 1 januari 2027. Tot die tijd kunnen de plannen nog veranderen.

In deze blog nemen we je mee in de belangrijkste wijzigingen voor ondernemers.

1. Start-ups en scale-ups krijgen meer ruimte voor werknemersopties

Voor start-ups en scale-ups wil het kabinet werknemersopties aantrekkelijker maken. Daarmee moet het voor snelgroeiende bedrijven makkelijker worden om goede medewerkers aan te trekken en te behouden. Ook als er nog weinig ruimte is voor hoge salarissen.

Met een optieregeling krijgt een medewerker het recht om op een later moment aandelen in het bedrijf te kopen. De medewerker kan daardoor meeprofiteren wanneer de waarde van de onderneming stijgt.

Volgens het voorstel wordt 65% van het voordeel uit werknemersopties belast. Ook verschuift het moment waarop belasting wordt geheven naar het moment waarop de aandelen daadwerkelijk worden verkocht. Dat kan voorkomen dat een medewerker al belasting moet betalen voordat aandelen verkocht kunnen worden.

2. Startersaftrek gaat bijna helemaal verdwijnen

Voor startende ondernemers verandert er veel. De startersaftrek wordt in 2027 verlaagd van €2.123,- naar €10,-. Vanaf 1 januari 2028 verdwijnt de regeling helemaal.

De startersaftrek is een extra bedrag dat je onder voorwaarden van je winst mag aftrekken voordat je belasting betaalt. De regeling geldt voor ondernemers die inkomstenbelasting betalen en voldoen aan het urencriterium.

Je kunt de aftrek maximaal drie keer gebruiken in de eerste vijf jaar dat je ondernemer bent. Door het verdwijnen van de startersaftrek betaal je mogelijk belasting over een groter deel van je winst. Daardoor kan je belastingaanslag hoger uitvallen.

Ook de zelfstandigenaftrek gaat verder omlaag. Deze daalt in 2027 van €1.200,- naar €900,-. Voor ondernemers met bijvoorbeeld een eenmanszaak, vof, maatschap of cv betekent dit dat er opnieuw minder winst kan worden afgetrokken voordat de inkomstenbelasting wordt berekend.

3. Willekeurige afschrijving voor starters verdwijnt

Ook de willekeurige afschrijving voor starters wordt vanaf 2028 afgeschaft. Met deze regeling kun je nu nog zelf bepalen hoe snel je bepaalde bedrijfsmiddelen afschrijft. Hierdoor kun je de kosten van een investering eerder van je winst aftrekken. Daardoor betaal je op dat moment mogelijk minder belasting.

Na de afschaffing moet je bedrijfsmiddelen volgens de gewone regels afschrijven. Daardoor heb je als starter minder vrijheid om te bepalen wanneer je deze kosten van je winst aftrekt.

4. Meewerkaftrek en stakingsaftrek worden versoberd

Ook de meewerkaftrek en stakingsaftrek worden afgebouwd. Het voorstel is om de meewerkaftrek vanaf 2027 met 75% te verlagen. Vanaf 2030 verdwijnt deze regeling helemaal. De stakingsaftrek daalt in 2027 van €3.630,- naar €908,- en verdwijnt eveneens vanaf 2030.

De meewerkaftrek is relevant wanneer je fiscale partner onbetaald meewerkt in je onderneming. De stakingsaftrek kan een rol spelen wanneer je stopt met ondernemen of je onderneming overdraagt.

Dit zijn geen regelingen waar iedere ondernemer dagelijks mee te maken heeft. Toch kunnen ze bij een familiebedrijf, bedrijfsopvolging, verkoop of beëindiging van een onderneming financieel verschil maken.

5. Energie-investeringsaftrek wordt hoger

Ondernemers die investeren in energiebesparing krijgen meer fiscale ruimte. Het kabinet stelt voor om het percentage van de Energie-investeringsaftrek, ook wel EIA genoemd, vanaf 2027 te verhogen van 40% naar 45,5%.

Met de EIA kun je bij bepaalde duurzame energiezuinige investeringen een extra bedrag van je winst aftrekken. Bijvoorbeeld energiezuinige machines, installaties, koeling, verlichting of maatregelen die een bedrijfspand zuiniger maken.

Heb je plannen om te verduurzamen? Dan kan het hogere percentage een investering aantrekkelijker maken. Kijk daarbij wel verder dan alleen het belastingvoordeel. Ook de aanschafkosten, energiebesparing en invloed op je cashflow bepalen of een investering financieel interessant is.

6. Innovatiebox wordt ruimer voor innovatieve mkb-bedrijven

De forfaitaire regeling binnen de innovatiebox wordt verruimd. De grens gaat vanaf 2027 van €25.000,- naar €100.000,-. De innovatiebox is een belastingregeling voor bv’s die winst maken met eigen innovaties. Denk bijvoorbeeld aan eigen software, een technisch product, een nieuw productieproces of een vernieuwende digitale oplossing.

De regeling kan interessant zijn voor marketingbureaus met eigen software, digitale dienstverleners, productiebedrijven en andere innovatieve mkb-bv’s. Ook webshops en e-commercebedrijven kunnen hiermee te maken krijgen wanneer zij zelf technologie of systemen ontwikkelen die verder gaan dan standaard software.

De innovatiebox geldt niet automatisch voor iedere onderneming die vernieuwt. Je moet aan voorwaarden voldoen en vaak speelt een S&O-verklaring van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) daarbij een rol. Met zo’n verklaring toon je aan dat je onderneming bepaalde innovatieve activiteiten uitvoert.

7. Personeelskorting op eigen producten valt straks onder de werkkostenregeling

Vanaf 2027 vervalt de aparte belastingvrije vrijstelling voor personeelskorting op producten uit het eigen bedrijf. Werkgevers mogen medewerkers nog steeds korting geven op eigen producten, maar die korting moet dan binnen de werkkostenregeling worden verwerkt.

De werkkostenregeling is de fiscale ruimte die je als werkgever hebt voor extra’s voor medewerkers, zoals een kerstpakket, een personeelsuitje of bepaalde vergoedingen.

Wanneer je vrije ruimte al volledig is gebruikt, kan personeelskorting leiden tot extra belasting voor de werkgever.

8. Kilometervergoeding is al verhoogd

De maximale onbelaste kilometervergoeding is in 2026 verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. De verhoging geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.

Werkgevers kunnen medewerkers daardoor maximaal € 0,25 per zakelijke kilometer onbelast vergoeden. Dit geldt ook voor woon-werkverkeer.

Of je als werkgever ook daadwerkelijk € 0,25 moet betalen, hangt af van afspraken in bijvoorbeeld een cao, arbeidsovereenkomst of personeelsregeling.

Ook ondernemers die hun privéauto gebruiken voor zakelijke kilometers mogen € 0,25 per zakelijke kilometer van hun winst aftrekken. Controleer daarom of de vergoeding goed is verwerkt in je kilometerregistratie, declaratieproces en salarisadministratie.

9. Youngtimerregeling wordt stap voor stap aangepast

De eerder geplande verhoging van de leeftijdsgrens voor de youngtimerregeling naar 25 jaar gaat niet door. In plaats daarvan wordt de grens stapsgewijs verhoogd. Vanaf 2027 moet een auto minimaal 17 jaar oud zijn om onder de youngtimerregeling te vallen. Vanaf 2028 wordt dat 20 jaar.

Bij een youngtimer wordt de bijtelling berekend over de huidige verkoopwaarde van de auto en niet over de oorspronkelijke cataloguswaarde. Dat kan voordeliger uitpakken voor ondernemers en dga’s die zakelijk in een oudere auto rijden.

10. Fossiele leaseauto’s worden duurder voor werkgevers

Vanaf 2027 geldt een extra werkgeversheffing voor fossiele personenauto’s die medewerkers ook privé of voor woon-werkverkeer gebruiken. De heffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde per jaar en komt volledig voor rekening van de werkgever. Deze heffing staat los van de gewone bijtelling die de medewerker betaalt.

De maatregel geldt voor fossiele auto’s die vanaf 1 januari 2027 voor het eerst aan een medewerker beschikbaar worden gesteld. Ook zakelijke occasionlease kan hieronder vallen. Voor auto’s die vóór die datum al aan een medewerker ter beschikking zijn gesteld, geldt overgangsrecht tot en met 16 september 2030.

11. Tijdelijk minder motorrijtuigenbelasting voor bestel- en vrachtauto’s

Voor ondernemers die veel gebruikmaken van bedrijfsvoertuigen geldt in de tweede helft van 2026 tijdelijk een lagere motorrijtuigenbelasting. Van 1 juli tot en met 31 december 2026 betalen ondernemers met een bestelauto waarvoor het ondernemerstarief geldt 50% minder motorrijtuigenbelasting. Voor vrachtauto’s geldt in deze periode een tarief van nul.

De maatregel is bedoeld als tegemoetkoming voor hogere brandstofkosten. Voor bouw, logistiek, ambulante handel, servicebedrijven, retail en e-commerce met eigen bezorging kan dit een tijdelijk voordeel opleveren.

12. Accijnskorting op benzine en diesel blijft voorlopig bestaan

Het kabinet wil de lagere accijns op benzine en diesel in 2027 voortzetten. Daardoor komt de benzineaccijns volgens het voorstel uit op € 0,85 per liter en de dieselaccijns op € 0,55 per liter.

Deze maatregel is vooral relevant voor bedrijven die veel zakelijke kilometers maken, bijvoorbeeld met een buitendienst, servicewagens, eigen bezorging of transport.

Brandstofkosten lijken soms een vaste kostenpost waar je weinig invloed op hebt. Toch helpt het om deze kosten goed uit te splitsen. Wanneer je weet hoeveel mobiliteitskosten bij een klant, project, team of verkoopkanaal horen, zie je sneller waar je marge verandert en waar je moet bijsturen.

13. Pensioenopbouw voor hogere inkomens wordt beperkt

De grens waarboven je niet meer fiscaal voordeling pensioen of lijfrente kunt opbouwen, wordt vanaf 2027 zes jaar bevroren op € 137.800,-. Wanneer lonen in de komende jaren wel stijgen, kan een groter deel van het inkomen boven deze grens uitkomen. Over dat deel is dan minder fiscaal voordeel bij de pensioenopbouw mogelijk.

Dit kan relevant zijn voor dga’s, ondernemers en werknemers met hogere inkomens. Het is verstandig om te controleren wat dit betekent voor je pensioenregeling, arbeidsvoorwaarden en plannen voor vermogensopbouw.

14. Extra aandacht voor horeca, retail en productie

 Niet alle belastingplannen raken elke ondernemer. Voor sommige branches zijn er aanvullende maatregelen die invloed kunnen hebben op kosten en marges.

Het kabinet wil de accijnskorting voor kleine brouwerijen vanaf 2028 afschaffen. Daarnaast moet de alcoholaccijns vanaf 2027 jaarlijks meestijgen met de inflatie.

Voor kleine brouwerijen, horeca, slijterijen, retail en producenten die alcohol verkopen, kunnen hogere accijnzen invloed hebben op de kostprijs, verkoopprijs en marge. Het is daarom verstandig om deze ontwikkeling mee te nemen in inkoopafspraken, prijsstrategie en financiële prognoses.

Vooruitkijken begint met inzicht

De belastingplannen voor 2027 zijn nog niet definitief en niet iedere maatregel is voor jouw onderneming even relevant. Toch is Prinsjesdag een goed moment om vooruit te kijken. Misschien wil je volgend jaar investeren, verduurzamen, nieuwe medewerkers aannemen of je wagenpark aanpassen. Dan is het prettig om vooraf te weten wat financieel haalbaar is en welke veranderingen invloed kunnen hebben op je plannen.

Met actuele cijfers wordt dat een stuk makkelijker. Je ziet beter hoeveel ruimte er is om te investeren, waar kosten oplopen en wat een bepaalde keuze doet met je winst en cashflow. Bij FTF finance automatiseren we financiële processen waar dat kan en zorgen we voor helder inzicht in je cijfers. Zo weet je niet alleen wat er verandert, maar kun je ook bepalen wat dat concreet betekent voor jouw onderneming.

Wil je weten welke Prinsjesdagmaatregelen voor jouw bedrijf belangrijk zijn en waar je rekening mee kunt houden richting 2027? Neem gerust contact met ons op. We kijken graag met je mee.

Hulp nodig met het regelen van de financiële zaken?

Hulp nodig met het regelen van de financiële zaken?